Jan Pieterszoon Sweelinck (1562–1621) leefde in een van de meest turbulente perioden uit de Nederlandse geschiedenis. Hij groeide op in Amsterdam en maakte de beeldenstorm en de Alteratie van 1578 mee. Als organist van de Amsterdamse Oude Kerk verwierf hij grote faam als componist en organist in heel Europa. Zijn muziek weerspiegelt de relatief open en humanistische cultuur van de jonge Republiek, waarin denkers als Dirck Volkertszoon Coornhert zich verzetten tegen religieuze onverdraagzaamheid.
Sweelincks levenswerk werd de monumentale meerstemmige toonzetting van alle 150 Geneefse psalmen. Deze Franse psalmberijming van Clément Marot (1539–1543) en Théodore de Bèze (1551–1562) werd in heel Europa bewonderd. Terwijl de melodieën in de gereformeerde eredienst éénstemmig klonken, maakte Sweelinck er kunstige polyfone composities van die tot de hoogtepunten van het Nederlandse muzikale erfgoed behoren.
Juist daarom is het veelzeggend dat Sweelinck in 1619, midden in de religieuze crisis rond de Synode van Dordrecht, de publicatie van zijn psalmzettingen tijdelijk terzijde schoof en in plaats daarvan de Cantiones sacrae uitbracht: motetten op Latijnse Bijbelteksten. In datzelfde jaar werden remonstrantse predikanten verbannen en werd Johan van Oldenbarnevelt terechtgesteld. Terwijl de Republiek steeds verder verdeeld raakte door de strijd tussen remonstranten en contraremonstranten, lijkt Sweelinck zich met deze bundel juist boven de confessionele tegenstellingen van zijn tijd te plaatsen.
Naast componist was Sweelinck een beroemd leermeester. Studenten uit de Republiek, Duitsland en Scandinavië kwamen naar Amsterdam om bij hem contrapunt en orgelspel te studeren. Via leerlingen als Samuel Scheidt, Jacob Praetorius, Heinrich Scheidemann, Melchior Schildt en Andreas Düben vonden zijn muzikale ideeën hun weg door Noord-Europa. Zo legden zij de basis voor de Noord-Duitse orgeltraditie, die uiteindelijk zou uitmonden in componisten als Dieterich Buxtehude en Johann Sebastian Bach.
Het historische Kiespenning-orgel van de Grote Kerk in Wijk bij Duurstede brengt ons uitzonderlijk dicht bij de klankwereld van Jan Pzn. Sweelinck. Het instrument werd rond 1615 gebouwd door Albert Kiespenning, die regelmatig met Sweelinck samenwerkte bij de bouw en keuring van nieuwe orgels. Vermoedelijk heeft Sweelinck ook dit orgel gekend of zelfs bespeeld. Na een zorgvuldige restauratie klinkt het instrument weer in de oorspronkelijke middentoonstemming, waardoor de rijke harmonieën en karakteristieke spanningen van Sweelincks muziek opnieuw hoorbaar worden zoals zijn tijdgenoten die moeten hebben ervaren.